Kunst en cultuur op school

Nieuw in het portfolio:

De Riemsloot, een ‘grenzeloze’ school.

Advertenties

Windlust verbeeld

Een feest was het. De kinderen die bijna twee jaar geleden met Marcel en mij een beeldentuin hebben gemaakt wisten nog wie ik was en wat ze toen gemaakt hadden, zelfs de kleintjes!
Ik was te gast op de Wegwijzer in Wolvega. In het kader van Kiekes (Cultuureducatie met Kwaliteit in de Stellingwerven) gaf ik in elke groep een teken- of schilderles over de molen.

Woensdag 11 november bezochten alle groepen molen Windlust, de graanmolen in Wolvega. Ik was mee, want ik wilde samen met hen ervaren hoe de molen er uitziet en hoe hij werkt. De molen draaide niet zo hard, er was weinig wind.

Groep 1-2: wind

De dag erna is het windstil en mistig. De molen staat stil, zie ik als ik erlangs kom. De kleuters wachten op me in de kring. Ze kunnen zelf wel wind voor de molen maken! We voelen de wind als we met zijn allen tegelijk heel hard blazen. We voelen nog meer wind als we zwaaien met onze handen.
posters wegwijzer molenKunnen we de wind misschien ook bewaren? Ze kijken me nieuwsgierig aan. We kunnen de wind schilderen. Ik schep een klodder witte vingerverf op een dik vel schilderpapier en doe er een klein stipje zwarte verf bij. Een jongetje komt naar me toe en veegt met z’n hele hand zachtjes van links naar rechts over het papier. Alle kinderen trekken een schort aan en krijgen een vel papier met witte en zwarte verf. Binnen enkele minuten zijn alle witte vellen grijs ‘gewaaid’. Wat beweegt er allemaal in de wind? Blaadjes, want het is herfst! Heel veel blaadjes. De takken van de bomen bewegen ook, en vliegers in de lucht. En de wieken van de molen natuurlijk. Kleur voor kleur voegen juf en ik verf toe. De kinderen schilderen met de vingertoppen wat er allemaal draait en fladdert en wappert. Stipjes, vlekken, herkenbare vormen als bomen en molens. Alles waait door elkaar en de kleuren mengen zich. Later gaan ze er nog in tekenen, als de verf droog is en ik weg ben.

Groep 3-4: ervaringen en verhalen

posters wegwijzer molen2We starten met een gesprek over de molen. De kinderen hebben gezien hoe graan met molenstenen tot meel wordt gemalen en hoe de zakken met het luiwerk naar boven worden gehesen. Ze hebben de grote houten raderen zien draaien en de hele houten constructie voelen trillen. Ze zijn ook buiten op de stelling geweest. Achter de ketting. Vóór de ketting zwiepten de wieken vervaarlijk laag langs het plankier. De molenaar vertelde dat er ooit een meisje achter een katje de stelling op rende en gegrepen werd door de draaiende wieken: ‘op slag dood’. De kinderen vragen met grote ogen of ik dat meisje soms ken. Het verhaal heeft veel indruk gemaakt. Het verbaast me daarom niet dat veel kinderen die gruwelijke gebeurtenis in hun tekeningen verwerken. Ze tekenen de molen met wattenstaafjes met verdunde oostindische inkt. Meestal in doorsnede, want ik vraag of ze kunnen weergeven wat er in de molen gebeurt. Wat doet de molenaar? Wat heb je gezien? Wat heeft hij verteld? De kinderen tekenen met overgave en zeer gedetailleerd. Als de grijze lijnen erop staan, kleuren ze de tekening in met hun eigen kleurpotloden. In het doosje ontdek ik een tip die door de kinderen gretig wordt opgepikt: door kruislings over elkaar te kleuren kun je mengen!

Groep 5-6: het raderwerk

posters wegwijzer molen3Op het digibord laat ik het eerste plaatje zien: een molen van Knex. Of ze dat herkennen! Lego kennen ze natuurlijk ook. Dat kleine propellertje, zorgt die voor de wind? Ik laat de belangrijkste uitvinding van de mensheid zien: het wiel. Een half vergane houten schijf uit de prehistorie. Hij is rond, ja, maar het belangrijkste zit in het midden: de as. Toen het wiel eenmaal was uitgevonden konden er ook tandwielen worden uitgevonden, zoals die enorme houten tandwielen in de molen, die ervoor zorgen dat wind in meel wordt omgezet. Leonardo da Vinci tekende ze al. De kinderen gaan tekenen met houtskool. Eerst oefenen ze staand cirkels en ellipsen tot de vorm soepel op het papier komt. Dan rechte lijnen met het krijtje plat op het papier. Ze maken schaduw met een wattenstaafje en witte plekken met kneedgum.
Daarna tekenen ze, op een mooi wit vel tekenpapier,  tandwielen en assen als onderdeel van een heel grote machine. Alle vellen papier moeten op elkaar aansluiten als een puzzel. Spontaan spreken ze met elkaar af dat één jongen het begin tekent: de deur van een tijdmachine. Eén meisje wil wel de wieken tekenen, voor de aandrijving.

Groep 7-8: schilderen met je oren.

Voor deze groep ontwikkelde ik een schilderdictee met Mondriaan’s Molen bij zonsondergang. De molen als baken in het landschap. Boodschapper in vroeger tijden. Een achtkante bovenkruier, identiek aan de bovenkant van molen Windlust, die in zijn vorige functie de Mijdrechtse polder bemaalde.posters wegwijzer molen4
Eerst analyseren we in stapjes het schilderij. De horizon, de kleuren van de lucht en de spiegeling in het water, de vorm van de molen en de plaats op het schilderij. Dan gaan we naar de hal, waar tafels klaar staan om aan te schilderen. Daar lees ik zin voor zin het dictee voor. Ik wijk al snel van mijn voorbereide dictee af om uitleg te geven, want het is hartstikke moeilijk om precies de goede kleur te mengen. Acrylverf op kleine plastic paletjes. ‘Is dit goed?’ Het stralende goudgeel wordt groenig door de blauwe verf die al in de haren van de kwast zit. Iedereen vindt dat- ie meer verf nodig heeft en een groter palet. Ik beperk de hoeveelheid met opzet, om te voorkomen dat de verf in een mum van tijd vuilbruin is gemengd.
Als het schilderdictee af is veranderen de kinderen hun schilderij totdat ze het echt mooi vinden. Een jongen maakt er een Vincent van Gogh van, drie meisjes willen de hele verdere dag wel doorgaan. Ik vind dat ze heel hard en goed hebben gewerkt. De kinderen willen zó wel vaker dictee! Een meisje schildert liever naar eigen idee. Dat snap ik wel. Ik vertel dat ik deze opdracht bedacht omdat kinderen van haar leeftijd altijd zo kritisch zijn, en zo is het makkelijker, heb je houvast.


Wethouder Frans Kloosterman kwam op bezoek. Blijken we elkaar te kennen: hij heeft onder leiding van Marcel in 2013 een schilderdictee gevolgd bij ons in het atelier!

De tram halen

Het Kiekes- project op Dalton O.B.S. De Oosterbrink in Boijl heeft de oude trambaan als onderwerp. In 1917 werd de trambaan in gebruik genomen, een hele vooruitgang ten opzichte van kar en trekschuit. De industriële revolutie is leerstof voor groep 7-8, dus de kinderen kunnen de tram in verband brengen met andere verworvenheden. Er zijn sappige verhalen te vinden over de eerste ervaringen van de dorpelingen met dit snelheidsmonster. Baukje Koolhaas heeft het project voor de hele school ingeleid met een vertelling.

Voor groep 7-8 ontwikkelde en gaf ik twee lessen speciaal naar aanleiding van dit erfgoed.

Vorige week dinsdag liet ik de groep oude tram- en treinaffiches zien. Door middel van affiches werd reclame gemaakt voor uitstapjes en gewaarschuwd voor gevaren.

Daarna ontwierpen de kinderen een eigen affiche. In groepjes hebben ze uit hun schetsen gekozen en er eentje in het groot uitgewerkt. Vandaag hebben ze hun ontwerpen gesjabloneerd. Sjabloneren is de basis van de zeefdruktechniek. Omstreeks dezelfde tijd als de spoorwegen werd ook de zeefdruk populair, vooral voor affiches.

Sjabloneren is eenvoudig. Dacht ik. In een groepje kunnen in korte tijd gemakkelijk meerdere drukgangen worden gemaakt. Verwachtte ik.

Van tevoren maakte ik voor elk groepje vier kopieën van hun ontwerp. Op de ontwerpen hadden de kinderen al gemarkeerd welke kleuren de verschillende onderdelen zouden krijgen. Elk kind koos een kleur. Elk kind moest alleen díe onderdelen uit zijn kopie wegknippen of -snijden die díe kleur moesten krijgen.

Er ging van alles mis.

Een groepje knipte àlle onderdelen uit àlle kopieën en kwam daar in een laat stadium achter. Dat moest dus over. Knippen, en vooral snijden, bleek best moeilijk te zijn en dan kost het tijd. Enkele groepjes hadden een te gedetailleerd of te ingewikkeld ontwerp gemaakt en moesten dus kiezen wat ze wèl gingen uitknippen en wat moest vervallen. Groep 7-8 wil daarover discussiëren en argumenteren en dan kost het tijd. Een groepje was gehalveerd en had dus heel veel werk. Er was een groepje dat het ontwerp nog niet af had omdat de kinderen het de vorige les niet eens konden worden.

Ik had echte drukkerskleuren klaargezet: cyaan, magenta, geel en zwart. Groen was daar niet bij, helder rood ook niet. Oranje en bruin moesten ook zelf worden gemengd. Tot mijn grote verbazing wist bijna niemand hoe dat moest… Groep 7-8 is dat zeker allang vergeten.

Maar op een gegeven moment was iedereen dan toch enthousiast aan het sjabloneren. Eerst de lichtste kleur. Als laatste de donkerste. Er werd heel geconcentreerd en netjes gewerkt en leuk samengewerkt. De kinderen hadden niet eens in de gaten dat de bel al was gegaan. Een heerlijke werksfeer!

Toen waren pas twee groepjes klaar met hun oplage, vijf stuks. De anderen hebben één exemplaar afgemaakt.

Ik had ook nog gepland dat ze de teksten erbij zouden stempelen. Dat is niet meer gelukt. Ze hebben mooie affiches gemaakt én veel geleerd. Díe tram hebben we gehaald.

Vrijdag is de presentatie en komen de affiches bij de nieuwe tram te hangen, die de kleuters met Sigrid Hamelink maken van schuimrubber en knuffels.

Het propje in mijn hand

Vandaag was ik voor het KEK-project (Cultuureducatie met Kwaliteit) Grenzeloos op OBS De Riemsloot in Appelscha om in twee groepen 1/2 een filosofisch gesprek over grenzen aan te gaan.
Iedereen had wel een eigen plekje thuis: ‘achter de TV’, ‘onder het bed’ of ‘in het schuurtje’. Op school hebben ze allemaal een eigen stoeltje. Ik zat op de grond en we spraken af dat dit mijn eigen plekje was. Ik zette met plakband een lijntje om mij heen om mijn eigen plekje te begrenzen. Later in het gesprek haalde ik het plakband weg want iedereen wist toch waar mijn plek was. Maar volgens de kinderen had ik nu mijn plekje als een propje in mijn hand.
Op grote vellen papier trokken ze nu een grens om zich heen. Daarbuiten tekenden ze de dingen die niet op hun eigen plekje mochten komen zoals auto’s, spoken en enge dieren.
Met de eigen juf gaan ze morgen hun binnenwereldje inkleuren. Donderdag kom ik weer en gaan ze de grens ruimtelijk vormgeven.

Once upon a time in Haulerwijk

In het kader van Cultuureducatie met Kwaliteit is Marcel een ochtend met stop-motion animatie bezig geweest in groep 8 van de Schalmei in Haulerwijk. De set: de maquette van het dorp, die de leerlingen in januari gebouwd hebben. De afspraak was dat de leerlingen een historische gebeurtenis in beeld brengen: erfgoed is speerpunt van dit project. Wij en de ICC-ers dachten aan zoiets kleins als een zoen van de bakkersknecht. De dominee ziet dat, kijkt niet uit en valt in het water. Of zoiets.

De leerlingen waren meer gericht op heftige spanning en sensatie. Zij lieten zich inspireren door oorlogsverhalen en overvallen. Als voorbereiding voor de leerlingen had Marcel een handleiding gemaakt zodat ze zelf een verhaal konden bedenken en tekenen in de vorm van een eenvoudig storyboard. Ook maakten ze alle andere benodigdheden.

Op maandag 1 april kwamen de groepjes een voor een met hun verhaal en de attributen naar het lokaal. Concentratie! Want elke scène moest stapje voor stapje worden uitgevoerd, terwijl de camera klikte. En géén handen op de set! Thuis monteerde Marcel de filmpjes aan elkaar tot een geheel.

Once upon a time in Haulerwijk